Waar moet je voor opletten bij voedingssupplementen?
In veel winkels kan je een heel gamma aan voedingssupplementen kopen. En dat doen we dan ook massaal, met in de top drie middeltjes tegen spijsverterings- en stoelgangskwaaltjes en het verbeteren van de gemoedstoestand. Ook kurkumacapsules voor lossere gewrichten en veenbesextract voor urinaire klachten staan hoog op onze wenslijst. Maar kan je deze producten wel zonder verpinken in je winkelmandje leggen? Wij vroegen het VUB-professor Kristiaan Demeyer, gespecialiseerd in plantgebaseerde geneesmiddelen en voedingssupplementen.
Belangrijk is om eerst een onderscheid te maken tussen “fytotherapeutica” en “voedingssupplementen” begint dr. Demeyer. “Fytotherapeutica zijn plantgebaseerde geneesmiddelen die onder de Europese richtlijnen vallen. “Om te kunnen worden erkend door Europa en als ‘fytotherapeuticum’ verkocht te kunnen worden, moet het product al minstens 30 jaar traditioneel worden gebruikt, waarvan 15 jaar op ons continent,” somt de professor op. “En dan begint het werk nog maar, want daarna moet het product nog een Europese registratieprocedure doorlopen.”
Geen wonder dus dat er veel meer producten als voedingssupplementen dan als fytotherapeutica op de markt komen. “Ook binnen deze groep zijn er twee soorten,” gaat de expert verder. “Enerzijds zijn er de nutriënten, waaronder vitaminen, mineralen, essentiële vetzuren en aminozuren. Anderzijds zijn er de plantgebaseerde voedingssupplementen. Beide subgroepen dienen te worden ‘genotificeerd’, en over deze laatste categorie buigt de Belgische Plantencommissie zich. “Deze raad maakt lijsten op met planten die niet en wél als grondstof mogen worden gebruikt in voedingssupplementen, mits beperkingen.” Naast de duur en de dosering is er bijvoorbeeld specifieke aandacht voor gevoelige consumenten en interactie met bepaalde geneesmiddelen of ziektes. En om het nog een beetje ingewikkelder te maken, zijn er ook planten die zowel voor de productie van een voedingsupplement gebruikt worden als voor de productie van een fytotherapeuticum. “Een middel als Sint-Janskruid kan afhankelijk van de dosering in beide vormen op de markt komen. Het moet dan ofwel een Belgisch notificatienummer hebben, of Europees geregistreerd staan.”
Afbraak van geneesmiddelen
Om zo’n plantenextract op veiligheid te screenen, gaat onze Commissie plant per plant na welke stoffen daar nu exact in voorkomen. “Voedingssupplementen kunnen dan ook componenten bevatten die de metabolisatie of werking van geneesmiddelen beïnvloeden,” legt de expert uit. “Een bekend voorbeeld is opnieuw het beruchte Sint-Janskruid, dat ‘hyperforine’ bevat. Deze stof zorgt ervoor dat specifieke componenten uit geneesmiddelen minder efficiënt worden opgenomen en in de lever sneller worden afgebroken. Hierdoor zal je bloedstollingsremmer, bepaalde hartmedicatie of ‘de pil’ mogelijk minder goed werken. In het geval van die laatste kan je dan voor onaangename verrassingen komen te staan.
Pompelmoessap, een ander schoolvoorbeeld, gaat de metabole werking dan juist weer vertragen. “Hierdoor kan de actieve stof in je geneesmiddel zich gaan opstapelen in je lichaam, waardoor je een overdosis of sterkere neveneffecten riskeert,” waarschuwt dr. Demeyer.
Bij genotificeerde voedingssupplementen kan je hier wel informatie over terugvinden op de verpakking of op de website van de plantencommissie. “Al zullen we risico’s nooit kunnen uitsluiten. De consument draagt hierin ook een verantwoordelijkheid. Een geneesmiddel op voorschrift kan je uiteindelijk evengoed verkeerd innemen.”
Zelfde werking als geneesmiddel
Naast het afbreken van geneesmiddelen, kan zo’n voedingssupplement ook een gelijkwaardige werking aanbieden. “Kurkuma- en gemberpreparaten, gingkopreparaten, knoflookmiddeltjes, … hebben allemaal een bloedstollingsremmend effect, waardoor het effect van een mogelijke bloedstollingsremmer kan worden versterkt. Met als gevolg dus meer kans op bloedingen.” Gingseng kan dan weer gaan interageren met antidiabetica, en ook meidoornpreparaten kunen olie op het vuur gooien bij hartgeneesmiddelen.
Verder zijn er de oestrogene effecten van een heleboel planten zoals soja en rode klaver. “Die innemen in combinatie met oestrogeentherapie, bij een bepaalde aandoening zoals borst- of baarmoederhalskanker, is af te raden. Ook monikkenpeper of ‘Vitex’ kan je maar beter vermijden bij bepaalde hormonale kuren. Let wel: een geconcentreerd sojasupplement innemen is nog iets anders dan een blok soja eten. “Met mate dit voedsel nuttigen kan veel minder kwaad, want voedingsmiddelen zijn veel minder sterk geconcentreerd.”
Ook mensen met bepaalde aandoeningen moeten goed uit hun doppen kijken. “Patiënten met galblaas- of bloeddrukproblemen blijven best zo ver mogelijk weg van artisjokpreparaten (bevordert samentrekking van de galblaas) of diuretica zoals , berk-, jeneverbes-, en wilgenpreparaten . En mensen met een slecht functionerende schildklier lopen in de supermarkt toch beter voorbij de mierikswortel- en Oost-Indische kers capsules. “Deze planten bevatten enkele natuurlijke stoffen die de schildklier kunnen onderdrukken," verklaart dr. Demeyer.
Voor al deze interacties is er niet altijd een klinische incidentie, maar experten nemen liever het zekere voor het onzekere. “Koop je voedingssupplementen vanuit ditzelfde voorzichtigheidsprincipe ook altijd mét notificatienummer in eigen land,” beveelt de Brusselse professor aan.
Buitenlandse pakketjes zijn niet noodzakelijk conform met onze Belgische regels en bevatten soms teveel of soms ook amper grondstoffen!”
Werkzaamheid
En dat brengt ons bij het laatste punt. “Sowieso zijn therapeutische claims niet toegestaan bij de genotificeerde voedingssupplementen. In tegenstelling tot de Europees vastgelegde indicaties bij fytotherapeutica zijn de slogans op hun verpakkingen subtieler, met gezondheidsclaims als ‘ondersteunt de spijsvertering’ en ‘voor soepele gewrichten’.
Toch is het ook hier belangrijk dat de vlag de lading dekt. “Enkel met de juiste grondstoffen, bereiding en correcte doseringen binnen de vastgelegde grenzen kan er sprake zijn van voldoende werkzaamheid,” aldus dr. Demeyer. “Met onze Belgische plantenlijst kunnen we echter enkel de veiligheid van deze producten garanderen.” En dat is zonde met verkoopscijfers die in stijgende lijn zitten. “Vandaar ook mijn pleidooi om geschoolde werknemers en herboristen in winkels in te zetten. Zij kunnen de klant dan adviseren over de werking en ook mee instaan voor de aankoop van uitsluitend werkzame preparaten.” Al zullen deze voedingssupplementen, die zich ergens tussen voeding en geneesmiddelen bevinden, wellicht altijd een beetje een grijze zone blijven.
Dhr. Proff. Kris Demeyer
VUB Pharmacognosy